Veelgestelde vragen

Wat voor andere vezels worden er ook gebruikt en hoe worden ze gemaakt?

Naast glas en koolstof worden vele andere vezelversterkingen gebruikt. Basaltvezels lijken het meest op glasvezels voor wat betreft fabricagemethode. Basalt (vulkanisch gesteente) wordt, net als glas, in een oven verhit, waarna er draden van worden getrokken. Hierbij is het niet nodig bestanddelen te mengen; het basalt is ‘kant en klaar’.

Daarbij moet wel worden gezegd dat de samenstelling van basalt afhangt van de vindplaats, waardoor er uiteindelijk een beperkt aanbod is. Verder is basalt moeilijker te smelten dan glas en is het abrasiever, waardoor de extrusiebussen vaker vervangen moeten worden. Hiermee is basalt duurder dan E-glas, maar nog altijd goedkoper dan de duurdere soorten glas en koolstof.

Veel toegepaste vezels zijn aramidevezels (aromatische polyamiden), bekend onder de merknamen Kevlar en Twaron. Bij fabricage worden de polymeerketens in deze vezels sterk gericht, waardoor een stijve vezel ontstaat. Het soortelijk gewicht van deze vezels is zeer laag, wat goede specifieke eigenschappen oplevert. Een belangrijk voordeel van deze vezels is hun grote taaiheid, wat ze zeer geschikt maakt voor toepassing in kogelwerende vesten.

Natuurlijke vezels (uit planten, zoals vlas, hennep, bamboe, hout) hebben tijdens verwerking en in gebruik het nadeel dat ze gevoelig zijn voor vochtopname en rotting. Sterkte en stijfheid, zeker in verhouding tot hun gewicht, kunnen van dezelfde orde zijn als die van kunstvezels. Een nadeel van plantaardige vezels is dat ze een vrij kleine lengte hebben.