Veelgestelde vragen

Wat zijn mallen en pluggen?

Om te zorgen dat een product in de juiste vorm gemaakt wordt, zijn vervaardigingsmethoden van composieten vaak gebaseerd op het gebruik van mallen. De mal wordt in de behandeling van vervaardigingsmethoden vaak onderbelicht, maar de mal is van groot belang voor de kwaliteit van het eindproduct, en maakt vaak een aanzienlijk deel van de kosten uit. Voor grote producten is de vormvastheid van groot belang, wat meestal inhoudt dat een stijve malconstructie nodig is die z’n geometrie behoudt in een groot temperatuurbereik. Voor grote series moet de mal bestand zijn tegen slijtage. De meeste harssystemen vormen in uitgeharde toestand goede lijmverbindingen. Dit betekent, dat de mal vóór aanvang van het productieproces voorzien moet worden van een lossingslaag. Hiervoor wordt bijvoorbeeld was, PVA (polyvinylalcohol) of Teflontape gebruikt.

Voor één of enkele producten kan een directmal vervaardigd worden. De directmal is een negatieve afdruk van het product. Des te beter het product lossend is gemaakt door geometrie en het aanbrengen van een lossingsmiddel, des te meer producten hiermee gemaakt kunnen worden (des te groter de ‘standtijd’).

Bij grotere series is het nodig om eerst een positief 1-op-1 model (de ‘plug’) te maken en hiervan een hoogwaardige composiet mal te vervaardigen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een object gekopieerd wordt. Neem bijvoorbeeld een schip, waar je er méér van wilt namaken. Dan kun je een “afdruk” maken van de scheepsromp, die je dan als directmal gebruikt om een nieuwe scheepsromp in te vervaardigen. De originele scheepsromp is dan de plug.

Soms wordt eerst een plug vervaardigd (bijv. met een numerieke frees), daar wordt een mal van gemaakt, waarin dan een scheepswand wordt gelamineerd. Deze schijnbaar omslachtige methode wordt toegepast, zodat de geometrie en de afwerking van het uiteindelijke product aan de zichtzijde volgens specificaties zijn.

Een mal maken in de vorm van de binnenwand van een schip, en daar de scheepswand overheen lamineren, kan tot onvoldoende resultaat leiden. Ook de inbouw van de overige scheepsconstructie en de afbouw van het schip is dan moeilijker. Die directmal of plug kan van het originele object gemaakt worden, maar het kan ook een eenvoudige MDF of EPS mal zijn, of een hoogwaardiger CNC-gefreesde schuimmal met modelpasta.

Bij het maken van een mal en/of plug moet je stilstaan bij de volgende zaken:

Lossing: het product moet uiteindelijk uit de mal te halen zijn. De zijden van de mal moeten minimaal een hoek van enkele graden maken met de richting van de lossing, zonder het product op te sluiten in de mal. Wanneer een product niet lossend is, maar wel uit één stuk gemaakt moet worden, kan de mal voorzien worden van een insert, die vóór lossing uit de mal gehaald kan worden of losgemaakt wordt van de mal en met het product mee lost.

Flenzen: het is aan te bevelen om rond het uiteindelijke product een ‘productieflens’ te reserveren. De mal wordt wat groter gemaakt dan het product, zodat rondom ruimte is om bijvoorbeeld hulpmiddelen die nodig zijn voor vacuümtechniek te plaatsen, en om de randen van het product na lossen af te kunnen werken. Bij niet-lossende producten wordt de mal soms in delen gemaakt, dan is sprake van een deelflens.

De mal en/of plug spelen een grote rol bij het bereiken van een goede lossing en gewenste standtijd, uiterlijk en glans van het product, vervorming van het geloste product (krimpspanningen), en natuurlijk de vorm en toleranties van het product. Bij het (integrale) ontwerp van een constructie, moeten ook het ontwerp van een eventuele mal en plug goed doordacht worden.