Veelgestelde vragen

Wat zijn Thermopasten?

Thermoplasten zijn polymeren die bij verhitting smelten, bewerkbaar worden, en die bij afkoeling weer een vaste vorm aannemen. De meeste onversterkte gebruiksplastics zijn thermoplasten. Moleculair gezien bestaan thermoplasten uit lange ketens, die in elkaar verstrengeld zitten. Bij verhitting ontstaat er enige bewegingsvrijheid door de molecuulbewegingen.

Uitzonderingen daargelaten zijn thermoplasten over het algemeen niet geschikt voor impregneren van een vezelversterking wegens hun hoge viscositeit (grote stroperigheid in vloeibare toestand, die gerelateerd is aan de moleculaire toestand). Die hindert de thermoplast om de vezels voldoende te benatten (impregneren), waardoor geen goed composiet ontstaat. Om toch composietmaterialen met thermoplasten te maken zijn hoge drukken en temperaturen nodig; een veelgebruikte methode is droge lamellen af te wisselen met thermoplastische films en d.m.v. een verwarmde pers een composiet te maken. Ook worden thermoplastische garens of vezelbundels meegesponnen met de vezelversterking. Met dergelijke materialen is een lagere externe druk nodig om tot een goede impregnering te komen.

Een recente procesontwikkeling is infusie van thermoplasten. Hier worden monomeren gebruikt tijdens de infusie, die tijdens de uitharding polymeriseren. Omdat monomeren korte ketens hebben raken ze niet in elkaar verstrengeld, hebben ze in vloeibare toestand een lage viscositeit, en zijn ze geschikt voor infusie.